G. Kuijpers
Abraham Kuyper over de mens

 

Bestellen

naar de beginpagina

In 1998 verscheen van de hand van ds. G. Kuijpers het boek Abraham Kuyper over de mens. Het bevat een zaken- en personen-register en een literatuuropgave. De uitgave is dubbelzijdig gefotokopieerd op A4 formaat (21 x 29,7 in twee banden). Het boek bevat 991 pagina's tekst en 53 pagina's bijlagen en registers.

Deze omvangrijke studie waaraan de auteur 'een leven lang' heeft gewerkt is onderverdeeld in twee hoofddelen. Het systematische hoofddeel gaat uit van het aanvankelijke standpunt van Kuyper, en laat zien hoe zijn opvattingen zich in onderdelen ontwikkeld hebben. Vervolgens wordt zijn aan de Bijbel ontleende terminologie Hart, Gemoed, en Nieren besproken. Aandacht krijgt de mens in zijn relatie met zijn medemensen in het onderdeel Souvereiniteit in eigen kring. Uitvoerig wordt vervolgens ingegaan op Kuyper's Wedergeboorteleer, omdat daarin de eenheid van het menselijk geslacht in twijfel wordt getrokken. In de onderdelen Geloof en Beeld Gods ten slotte wordt de menselijke relatie met God aan de orde gesteld. Het evoluerende hoofddeel biedt een samenvatting van Kuyper's wetenschappelijke ontwikkeling zoals die in het voorgaande in talrijke citaten is geïllustreerd. Opvallend daarbij is met name de ontdekking dat Kuyper een poging heeft gewaagd om te breken met de dichotomie.

Om een indruk van de studie te bieden is het informatieve inhoudsoverzicht van het boek hier te vinden.

Ds. Kuijpers werd geboren in 1911, studeerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam en was tussen 1948 en 1978 werkzaam als predikant in Boksum en te Gorinchem en daarna tot 1989 in een bejaardentehuis in Dordrecht). Ds. Kuijpers overleed op 8 november 1999.

Bestellen
Een exemplaar van deze studie – die niet in de boekhandel verschijnt – kost
€ 75,00 inclusief BTW en verzendkosten.

U kunt een exemplaar bestellen door het bedrag over te maken op postbank 962042 tnv De Zaak Haes, Amstelveen, onder vermelding van: 'Kuijpers'. Het boek zal dan Zo spoedig mogelijk gezonden worden naar het adres dat vermeld is op de overschrijving.

Inhoud

Inleiding
De betekenis van het onderwerp – De aard van het onderwerp – De bronnen van het onderwerp – De wijze van behandeling van het onderwerp

Hoofddeel I Systematisch deel

Filosofische vooronderstellingen
Inleiding – I Wezen – Wezen als eigenaardig bestaan – Wezen als in de rede gecentreerd? – Wezen als zelfstandig bestaan – Wezenssoort – Spier's interpretatie van Kuyper's substantiebegrip – II Natuur – Natuur als eigenaardig bestaan – Natuur als werking – Kan er sprake zijn van de goddelijke natuur?

II Theologische vooronderstellingen
Inleiding – I Schepping – De mens ontstaan door schepping – II Val – Wat is zonde? – Hoever strekt de zonde zich uit? – III Genade – Inleiding – Wedergeboorte

III De mens als eenheid
Inleiding – I Persoon – Persoon als totale mens in zijn soortgelijke eigenaardigheid – Persoon als totale mens in zijn individuele eigenaardigheid – Persoon als totale mens door samenbinding van ziel en lichaam – Persoon in de Christologie – Kan er sprake zijn van een persoonlijke God? – Is de mens nog persoon na het sterven? II Ik – Het ik als besef van het wezen – Het ik als kern van de persoon – III Persoonlijkheid – De persoonlijkheid als het individueel eigenaardige (karakter)

IV De mens als compositum
Inleiding – I Het aantal substanties – Inleiding – I Dichotomie of trichotomie – Kuyper's standpunt vóór 1878 – Kuyper's standpunt van 1878-1881 – Kuyper's standpunt na 1881 – II Argumenten voor dichotomie – Inleiding – A. Argumenten ontleend aan de Schrift – Geest en stof – Het scheppingsverhaal – De dood – Teksten die pleiten voor dichotomie – Teksten die de dichotomie niet tegenspreken – B. Argumenten ontleend aan de ervaring – De ervaring – De erfelijkheid een argument tegen de dichotomie? – I De verhouding van lichaam en ziel – Inleiding – Samenhang, geen dualisme – De betekenis van de ziel – voor het lichaam – De betekenis van het lichaam voor de ziel – Het aanrakingspunt tussen ziel en lichaam

V De stoffelijke substantie
Inleiding – I Het vlees – Het vlees als stof – Het vlees als georganiseerde stof – Vlees als zondige natuur – II Het lichaam – Het lichaam als levend organisme

VI De geestelijke substantie
Inleiding – I De geest – Creatoorlijk en creatuurlijk spiritueel – Tweeërlei geschapen geesten – Geest als onstoffelijke substantie – Geest als levensadem – Geest als bewustzijn – Geest als nieuw levensbeginsel – De ziel – De ziel als geest aangelegd op een lichaam – De ziel als zetel van het leven – De ziel als draagster van hoger leven – De oorsprong der ziel – De onsterfelijkheid der ziel

VlI De vermogens der ziel
Inleiding – I De zielsvermogens in het algemeen – I Hun hoedanigheden – Wat zijn zielsvermogens? – Het aantal der zielsvermogens – Drie zielsvermogens tot 1886 – Twee zielsvermogens 1886-1897 – Drie zielsvermogens sedert 1898 – II De zielsvermogens afzonderlijk – Inleiding – I Het verstand – A Het verstand zijn eenheid (bewustzijn) – Het bewustzijn als samenvattend begrip voor al de werkingen van de facultas intelligendi – Wat is het bewustzijn? – De inhoud van het bewustzijn – De waarde van het bewustzijn – B Het verstand in zijn verscheidenheid – Inleiding – a De beseffen – Waarom zijn er beseffen nodig? – Wat zijn de beseffen eigenlijk? – Welke beseffen zijn er? – De aandoeningen en gevoelsbewegingen – b De waarneming – Wat is waarneming eigenlijk? – De waarneming van de wereld der zichtbare dingen – De waarneming van de wereld der onzichtbare dingen – c De voorstelling – De voorstelling als reproducerend vermogen – De voorstelling als producerend vermogen – d Het denken – Inleiding – Het indenken – Het woord – Het oordelen en besluiten – Het instinct – e Het geweten – Inleiding – 1868-1884 – Locus de amine – E Voto 1892-1893 – Locus de Deo – De Gemeene Gratie – Het geweten en de overheid – c Het verstand en de zonde – De facultas intelligendi en de zonde

 

– II De wil – Inleiding – A De vooronderstelling an de wilsacte – a De drijfveren – Indeling – De 'Lebenstrieb' – De drijfkracht van de persoonlijke aanleg lusten en neigingen) – De inclinatie of habitus die in de mens gekomen is (gewoonte) – b De invloeden – De invloeden die op de wil inwerken – c De wilsbepaling – Primaat van het intellect – B Het wilsvermogen – Wat is de wil? – Is de wil vrij? – c De wil en de zonde – De voluntas volendi en de zonde – III De zielsvermogens in hun onderlinge verhouding – De onderlinge verhouding der zielsvermogens

VIII Hart, gemoed, nieren
Inleiding – I Het hart – Inleiding – Het hart en het lichaam – Het hart en de ziel – Het hart en de geest – Het hart en de facultas percipiendi – Het hart en de facultas intelligendi – Het hart en facultas volendi – samenvatting en conclusie – De interpretatie van Kuyper's opvatting van het hart door de wijsbegeerte der wetsidee – II Het gemoed – Inleiding – Het gemoed en de ziel – Het gemoed en het hart – Het gemoed en je geest – Het gemoed en de zielsvermogens – III De nieren – Inleiding – De nieren en het lichaam – De nieren en de ziel – De nieren en het hart – W.H. Velema over de belangrijkste dualiteit bij Kuyper

IX Souvereiniteit in eigen kring
Inleiding – Het ontstaan van het denkbeeld Souvereiniteit in eigen kring (SEK) – De principiële fundering In de SEK – De ontplooiing van de SEK in de historie – Wetten en normen – Welke sferen zijn er? – Zijn dit alle sferen? – Is er een volgorde in de sferen? – Van veelheid tot eenheid – C. Veenhof en J.D. Dengerink over de SEK bij Kuyper

X Wedergeboorte
Inleiding – Kuyper's aanvankelijke standpunt – De eerste vormgeving van Kuyper's wedergeboorteleer – Een speciale studie over de wedergeboorte uit 1874 – Het raadsbesluit – Christus – De navolging van Christus – De zondeslaap – De heilsorde – Het schriftbewijs – De voorbereidende genade – De wedergeboren gemeente – Wedergeboorte van de kern – Wedergeboorte zonder het te weten – De wedergeboorte der schepping – De wedergeboorte en de prediking – De onverliesbaarheid der wedergeboorte – Tweeërlei mensen ten gevolge van de wedergeboorte – De belijdenisgeschriften over de wedergeboorte – De bronnen van Kuyper – De critici van Kuyper – Samenvattende conclusie

XI Geloof
Inleiding – Het wezen van het geloof – Het geloof en de menselijke natuur – Het geloof en de zielsvermogens – Geloofsvermogen en geloofsdaad – Het ontstaan van het geloof – Het voorwerp van het geloof – De vrucht van het geloof – Beoordeling van Kuyper's opvatting inzake het geloof

XII Beeld Gods
Inleiding – Vanwaar de idee van Beeld Gods? – Kuyper's aanvankelijke standpunt – De archetypische kant van het beeld – De ectypische kant van het beeld – Analogia entis en analogia qualitatis – Het beeld Gods en de zonde – Het beeld Gods en de genade – Beeld en religie – Beeld en heerschappij – Beeld en wetenschap Beeld en kunst – Beoordeling van Kuyper's beeldleer

Hoofddeel II Evoluerend deel

Inleiding – Studiejaren – Ethische invloed – Amsterdams predikant – Kamerlid – Invloed Brighton beweging – Theologiserend journalist – De start als hoogleraar – Toenadering tot de scholastiek – Uitwerking mbt de wedergeboorte – Naar de algemene genade – Antithese – De kentheorie – De mensleer – Wat is de waarheid

Inhoudsopgaven
Register – Overzicht gebruikte geschriften Kuyper gerangschikt naar het jaar van eerste publicatie – Geraadpleegde werken – Postscriptum – Inhoudsoverzicht