Kees Fens (†)

In het voorbijgaan
 

De stille werker laat zich even horen

Er zijn vele stille werkers in de literatuur, schrijvers en lezers. De stilste zijn degenen die zich ver van alle literatuur van de dag inlaten met dichters of schrijvers uit een ver verleden die allang doodstille werkers zijn geworden.
   Een stille werker – hij promoveerde dertien jaar geleden op een totaal vergeten dichter uit de 19de eeuw – voegde bij een door hem verzorgde uitgave van twee in de nutteloosheid verdwenen gedichten een klein briefje. De stille werker laat zich even horen. Het begint zo: ‘Geen enkele officiële uitgever zal tegenwoordig nog te bewegen zijn, teksten als deze met handschriftelijke en verklarende aantekeningen, niet hertaald, niet herspeld zelfs – in zijn fonds onder te brengen. Bovendien zal hij – ten onrechte – de poëzie uit de periode 1795-1830 niet boeiend vinden.’ De stille werker wordt zelfs even luid: hij vraagt om een ‘vrije gift’, om de soort uitgaven als het recente boekje te bevorderen. In de verte wenkt De ouderdom van Rhijnvis Feith. Het is een gedicht in zes zangen en het verscheen in 1822. Wat bewonder ik zo’n stille geleerde wiens specialisme de totale vergetelheid is.
   De twee gedichten zijn van Willem Bilderdijk. Vorige week ontmoette ik zomaar Martin Ros; hij begon meteen de roem van Bilderdijk voor mij te bezingen in gebroken coupletten. Voor hem is het boekje in elk geval gemaakt. Het heet Het nachtspook & Nachtwandeling. Het gaat om briefgedichten; de dichter beschreef voor zijn geliefde, Catharina Wilhelmina Schweickhardt, de nachtelijke wandeling terug naar een bezoek aan haar. De dichter woonde als balling in Brunswijk, zij eerst in Hildesheim, later in het kleine stadje Peine. Dat is kennis uit een heel stil hoekje. Nachtwandeling is het mooiste gedicht, vanwege de voor Bilderdijk zo kenmerkende uithalen hij is de grootmeester van de lange smart – en vanwege het perspectief waar de nachtelijke verschrikkingen worden binnengeschreven. Daar loopt de dichter eenzaam in de nacht:

   Ja, ook dit, Weldadig vader! Deze felle hageljacht,
   Die mij lijf verstijft en leden, met verdubbeling van de nacht;
   Ja ook dit, ook dezen stormwind, die met snerpend luchtgetier
   My de blaauwe konen geeselt, dank ik aan Uw wijs bestier!

Ja, ook dit is toch niet gering. Ik lees door, het gebed gaat verder in mooie lange regels. En daar lees ik eens dit: ‘Zelfs voor ‘t versch geschoren schaapjen matigt Gy d’ontoombren wind!’ Ik ontwaakte uit de stilte. In het betere kruimelboek Eendagsvliegen van Gerrit Komrij trof ik al weer en tijdje terug de regel ‘God matigt de wind voor het geschoren lam.’ Ik vond het de mooiste zin uit het boek. Komrij gaf geen bronvermelding. Ik vond alles over de spreuk in de onsterfelijke Brewer’s, een der mooiste naslagwerken. Onder ‘God’ stond ‘God tempers the wind to the shorn lamb.’ Ik schreef er op deze plaats iets over onder de titel ‘Nutteloze kennis’.En nu lees ik de regel in een nutteloos gedicht, uitgegeven voor liefhebbers van nutteloos geworden literatuur. De uitgever heeft de meest volwaardige eruditie nodig voor de nutteloze kennis. Bilderdijk las de regel bij Laurence Sterne (de boven geciteerde regel), hij bezat diens A Sentimental journey. Dat is al mooi, maar het wordt overtroffen door wat volgt. Twee citaten van Mevrouw Bilderdijk. Een uit een brief aan mevrouw Da Costa (ze hebben allemaal echt bestaan): ‘De Heer matigt de wind voor het geschoren lam.’ En een uit een gedicht: ‘Gij die het geschoren lam den ruwen wind verzacht.’ De wijsheid moet een huisrecept zijn geweest.

De uitgever van de twee gedichten is Marinus van Hattum. Hij maakte, mede door inleidingen en vele bijna scrupuleus volledige noten, een boekje dat in de hoogste orde van de nutteloosheid hoort. Hij wil de vergankelijkheid (die van het begin van de 19de eeuw, naar het lijkt, een witte plek heeft gemaakt) althans voor even haar macht ontnemen. De gedichten bewijzen het gelijk van zijn streven, de uitgave de grootte van de stille werker.

Naar aanleiding van Willem Bilderdijk, Het Nachtspook & Nachtwandeling, uitgegeven en toegelicht door Marinus van Hattum

De Volkskrant
donderdag 13 mei 2007 , Kunst 19
Klik hier voor de Volkskrant website

Naar de beginpagina